Home   Contact Us
GEUZE/LAMBIK/KRIEK IDEALE ETIKET TRAPPIST OUD BRUIN

Dossiers

Deze dossiers zijn informatiepunten omtrent een aantal van de strijdpunten van Zythos. Uiteindelijk gaat het Zythos erom de consument juist te informeren omtrent bierzaken.

 

Dossier Trappist
Acties

Zytholoog Archief
Links



 

 

 

 

Het Trappistenarchief van De Zytholoog

Orval

75 JAAR BROUWEN IN ORVAL

Veel ophef maken de paters van Orval er niet over, maar dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat in de hedendaagse geschiedenis van de abdij weer bier gebrouwen werd. Op de etiketten is een kleine lauwerkrans rond het getal 75, geflankeerd door de jaartallen 1931 en 2006, het enige dat wijst op deze verjaardag.

Hoewel Orval een eeuwenoude geschiedenis heeft als trappistenabdij – het officiële begin situeert men op 9 maart 1132, toen Sint-Bernardus van Clairvaux een aantal monniken uit de abdij van Trois-Fontaines naar Orval stuurde – dateert de huidige kloostergemeenschap slechts uit 1927. De 134 jaren die daaraan voorafgingen was Orval slechts een onbewoonde ruïne. Op 23 juni 1793, enkele jaren na het uitbreken van de Franse Revolutie, werd de abdij immers totaal verwoest door beschietingen en brandstichting door het Franse leger onder het bevel van generaal Loison. De monniken vluchtten naar hun refugiehuis in Luxemburg, maar werden daar twee jaar later eveneens verjaagd. Een laatste toevlucht vonden ze nog tijdelijk in de priorij van Conques, tot ze eind december 1796 ook daar verdreven werden. Dat betekende toen het einde van bijna 700 jaar kloosterleven in Orval.

Herstart

Het grote domein van Orval werd na de verdrijving van de monniken en de verwoesting van de abdij openbaar verkocht en wisselde in de loop van de 19de eeuw enkele malen van eigenaar. In 1887 kwam het in handen van de familie de Harenne. Op dat ogenblik was er nog geen sprake van om opnieuw een abdij op te richten. Dat zou pas gebeuren na de Eerste Wereldoorlog – in 1926 om precies te zijn – als gevolg van een bezoek van de abt van La Grande Trappe aan de ruïnes van Orval. Hij was er in contact gekomen met de eigenaars, die voorstelden het domein gratis af te staan om het kloosterleven te herstellen. Op 8 juli 1926 werd de schenking definitief door de oprichting van de vzw Abbaye Notre-Dame d’Orval. Nog diezelfde zomer werd met de werkzaamheden van de herbouw gestart, eerst door scouts op werkkamp, nadien door arbeiders. Monniken waren er echter nog altijd niet. De abdij van La Grande Trappe kon zelf geen religieuzen missen. In diezelfde periode werd echter een cisterciënzerklooster in Brazilië, afhankelijk van de abdij Sept-Fons in Frankrijk, gesloten en de terugkerende kloosterlingen moesten een onderkomen vinden. Op 7 maart 1927 vertrokken de eerste monniken van Sept-Fons naar Orval, om er vanaf 9 maart het monastieke leven te hervatten onder leiding van Marie-Albert Van der Cruyssen. Deze Vlaming, van oorsprong eigenlijk een aannemer van openbare werken die na een late roeping in het klooster van La Grande Trappe was getreden, werd door zijn overste ‘uitgeleend’ aan Sept-Fons, om de wederopbouw van Orval in goede banen te leiden. Het zou uiteindelijk tot 1948 duren vooraleer de bouwwerken voltooid waren.

Brouwerij

Uiteraard betekende de bouw een zware financiële last voor de kloostergemeenschap. Op vele manieren werd naar inkomsten gezocht. Dat gebeurde zowel buiten de abdij (denken we bijvoorbeeld aan de uitgifte van vijf speciale reeksen van postzegels met toeslag tussen 1928 en 1941), als door activiteiten van de monniken in de abdij zelf. In toepassing van de regel van Sint-Benedictus – ora et labora – waren ze immers al snel na de start ook begonnen met een boerderij, een bakkerij en een kaasmakerij. In 1930 werden plannen opgevat om ook met een brouwerij te starten (al werd er in het begin getwijfeld tussen het commercialiseren van water en het brouwen van bier). Toch waren het in 1931 geen monniken, maar leken die de brouwerij oprichtten. De religieuzen hadden immers hun handen al vol met de bouwwerken en andere activiteiten en hadden gewoon geen tijd om er ook nog eens het brouwen bij te nemen. De aandelen die bij de stichting werden uitgeschreven, waren in handen van een tiental ‘vrienden van Orval’ die actief wilden meewerken aan de herleving van de abdij. Pas in latere jaren hebben deze stichters hun aandelen stukje bij beetje aan de monniken overgedragen. Eerst na de Tweede Wereldoorlog beschikten de monniken over de meerderheid en konden ze zelf een afgevaardigd bestuurder aanduiden. In 1931, 75 jaar geleden dus, ging de brouwerij officieel van start. Het eerste jaar werden er echter enkel proefbrouwsels gemaakt. De definitieve commerciële start gebeurde pas in het voorjaar van 1932. Het eerste brouwsel verliet de abdij op 7 mei 1932.

Het bier

De abdij van Orval is de enige trappistenbrouwerij – zelfs de enige brouwerij in België tout court – die maar één bier commercialiseert (we laten hier het zogenaamde patersbier of ‘petit Orval’, dat buiten de abdij enkel in de nabijgelegen taverne L’Ange Gardien geschonken wordt, buiten beschouwing). Maar het is dan ook een bier dat in de Belgische bierwereld een echt buitenbeentje is, geroemd of verguisd – naargelang de persoonlijke smaakvoorkeur van de bierliefhebber – omwille van zijn uitgesproken specifieke smaak. Wat het bier zo uniek maakt is de complexe aard van het gistingsproces en het procédé van dryhopping dat toegepast wordt.
De hoofdgisting gebeurt met een gewone eigen cultuurgist, maar nadien wordt er tijdens de lagering een tweede cultuur toegevoegd, die bestaat uit een symbiose van een aantal wilde gisten, waaronder de bekende Brettanomyces. Oorspronkelijk kwam deze wilde microflora uit de omgeving zelf, door het gebruik van open koel- en gistingskuipen en doordat de ‘bierstein’, een soort aanslag op de wand van de gistkuipen, niet volledig mocht verwijderd worden op bevel van de toenmalige brouwer, de Duitser Hans Pappenheimer. Onder impuls van professor Jean Declerck, die vanaf 1950 een adviserende rol speelde in Orval, werd aan deze brouwwijze gesleuteld, met als gevolg dat de werking van de wilde gisten verdween. Om die toch terug in het bier te brengen werd via laboratoriumtesten een monocultuur met wilde gist gekweekt, die uiteindelijk leidde tot de cultuur met de brettanomycesstammen die thans gebruikt wordt en waarmee het best de smaak van de vooroorlogse Orval benaderd wordt.
Tijdens de lagering gebeurt niet alleen de tweede gisting, maar ook de dryhopping. Per 100 hl wordt een zak van 36 kg hopbloemen in de lagertank toegevoegd. De lagering duurt zo’n zes weken. Pas dan wordt het, na toevoeging van vloeibare suiker en jonge gist, afgevuld in de typische kegelvormige flesjes. Die flesjes, en ook het bekende Orvalglas, zijn een ontwerp van architect Henri Vaes, die in 1930 ook de plannen voor de brouwerij en andere abdijgebouwen tekende.

Jef Van den Steen & Casimir Elsen (maart 2006)

Uit "De Zytholoog" nr. 13, verschenen mei 2006.

<< terug naar het archiefoverzicht

Externe links:
www.orval.be


Meer Bierplezier

 

Lid worden van Zythos? Je kan lid worden van de confederatie via een lokale vereniging bij jou in de buurt.
Lidmaatschap

ZBF - Kom eens kijken op het grootste bierfestival van België!
Zythos Bier Festival

Bezoek ons virtueel 
          biercafé, een plaats waar je gezellig kan keuvelen over bier 
          en andere onderwerpen.
Zythos Forum


Zythos steunt :

Bierebel.com

 

Home Contact

© Zythos VZW All Rights Reserved

Home Over Zythos De Zytholoog Agenda Acties Dossiers Het biercafe